Het is ook een heel breed vakgebied: de ene dag lees ik diepte-artikelen over medisch onderzoek, de andere dag over computerprogramma's voor chemische analyse, een week later over de plichten van een docent sociale wetenschappen.

Dit studiejaar staat voor mij in het teken van onderzoek. Toen de bachelor-masterstructuur nog niet was ingevoerd, was dit het eerste jaar van het promotietraject van een student. Ik zou dan nu mijn eerste hoofdstuk aan het schrijven zijn. Hoewel het niet meer verplicht is om dat te doen, mede omdat de meeste studenten helemaal geen promotieplek ambiëren, heb ik het toch zo opgevat. Dit jaar ben ik bezig de fundering te leggen voor mijn onderzoek de komende jaren.
Ik vraag me dit jaar af hoe wetenschappelijk onderzoek beïnvloed wordt door de principes, interesses en waarden van de wetenschapper die het onderzoek uitvoert. Kort gezegd zijn er drie momenten in wetenschappelijk onderzoek waar waarden een rol (zouden kunnen) spelen: bij het kiezen van een onderwerp en een methodologie, bij het verzamelen van bewijs voor een bepaalde claim, en bij het toepassen van resultaten in de maatschappij. De eerste en laatste aspecten zijn niet wereldschokkend. Als een student besluit om zijn carrière te richten op onderzoek naar kanker omdat hij persoonlijke ervaringen heeft met die ziekte, kijkt niemand daar van op. Als die student besluit om bepaalde medicatie niet op dieren te testen uit diervriendelijkheid is dat alleen maar lovenswaardig. In beide gevallen zal niemand zeggen dat zijn resultaten er minder geloofwaardig op worden omdat hij zijn principes een rol liet spelen.
Mijn taak als filosoof wordt pas interessant als een wetenschapper zijn bewijsmateriaal en zijn claims laat beïnvloeden door zijn politieke, economische of sociale waarden. Je kan als wetenschapper nog zo'n fan zijn van Stalin, maar daarom mag je niet zeggen dat Darwinisme niet klopt. Hoe spelen waarden een rol bij het formuleren van een theorie? Zijn er ook momenten waarbij het wel in orde is als een wetenschapper zijn eigen achtergrond zijn keuzes laat beïnvloeden? Er is de laatste tijd veel geschreven over het principe risk assessment. Kort gezegd zegt de filosofie van risk assessment het volgende. Als wetenschapper weet je nooit honderd procent zeker dat je hypothese klopt, hoeveel bewijs je ook verzameld hebt. Stel nu dat je een hypothese over klimaatverandering hebt, die zegt dat Nederland over vijftig jaar compleet onder water komt te staan tenzij we bepaalde maatregelen treffen. Dan zal je die hypothese sneller naar buiten brengen dan wanneer de consequenties minder erg waren. Je hebt intuïtief gezien minder bewijs nodig, je kan minder zeker van je zaak zijn, voordat je beleidsmakers inlicht. Want stel toch dat je gelijk zou hebben. Het risico dat je loopt is wel heel groot. Aan de andere kant zou je kunnen denken dat de maatregelen die getroffen moeten worden wel heel veel geld gaan kosten. Dan wil je misschien weer meer bewijs hebben voordat je je hypothese voor beleidsdoeleinden aanneemt. Het is dus altijd een afweging van risico's, een risk assessment.
Dat is een ander aspect van wetenschapsfilosofie, van onderzoek in het algemeen, dat ik heel fijn vind: het is niet af. Er is nog genoeg te onderzoeken. Bovendien is dit onderzoek ook nog toepasbaar. Want als we weten wat de consequenties van het gebruik van waarden in wetenschap zijn, dan kunnen we daar als beleidsmakers ook over nadenken. Zijn er bepaalde regels nodig om de invloed van waarden te beperken? Of juist niet? Uiteraard kan ik zulke grote vragen nooit in mijn eentje oplossen. Maar ik heb zin om een begin te maken.