dinsdag 14 juni 2011

Een IJsbeer Van 50.000 Pond

Week 2. Je staat weer tegenover Michael, de breed glimlachende quizmaster. Ditmaal zit er 50.196 pond (op het moment van schrijven ongeveer 56.000 euro) in de pot. Er zijn nog twee, voor de gelegenheid anoniem gemaakte tegenspelers in het spel. We spelen weer: het PhD-spel.

Het PhD-spel is, zoals inmiddels hopelijk duidelijk is, heel ingewikkeld. Elk schema dat ik heb gemaakt was wel op de een of andere manier ontoereikend: het gaf bijvoorbeeld de tijdsafhankelijkheid niet goed weer, of het nam niet mee dat sommige steden leuker zijn dan anderen om in te wonen, of er werd geen rekening gehouden met het feit dat die ene begeleider me wel heel erg zag zitten en even een babbeltje ging doen met het departement om me op een shortlist van maar drie mensen te krijgen voor een veel te nerveusmakende competitie en dat terwijl ik dacht nooit meer echt nerveus voor presentaties te zullen worden maar tenminste had ik een plaatje van een ijsbeer op een van mijn sheets en daar werd dan wel weer een minuut of twee hard om gelachen en nu maar hopen dat dat genoeg is om heel veel geld te krijgen want het zou zo zonde zijn van je treinkaartje Londen anders...

Over een week weet ik of dat laatste is gelukt. Dat is fijn, dat brengt rust, want:

1. Als ik geld krijg dan wijs ik ze niet af. Dus dan weet ik waar ik heen ga.
2. Als ik géén geld krijg kan ik niet naar hen toe, dan blijft er nog maar één optie over, en dan weet ik ook waar ik heen ga.

Beiden zijn goed. Maar tot die tijd is het wel heel erg spannend...

dinsdag 31 mei 2011

Waarden en Wetenschap

Normaal gesproken schrijf ik voornamelijk over mijn belevenissen bij het aanvragen van beurzen. Nu lijkt het me leuk om dit weer een keer te onderbreken voor wat Echte Inhoud. Daarom een link naar het volgende symposium, dat ik met veel plezier bezocht heb:

Het symposium Intelligent Design in the Public Domain

Dit symposium was een discussie tussen wetenschappers, filosofen en theologen over de Intelligent Design-beweging, georganiseerd door wetenschapshistorici. Als je de link volgt kan je alle lezingen van het symposium gewoon thuis achter de PC volgen. Vooral ook leuk voor degenen die niet (meer) dagelijks op de universiteit rondlopen. Ik raad vooral het eerste praatje, van Kenneth Miller uit de Verenigde Staten, aan iedereen aan die niet zo vaak naar dit soort lezingen luistert.

dinsdag 24 mei 2011

Gastschrijver: Merlijn in Parijs

Er zijn uiteraard meer mensen bezig met een uitwisseling in het buitenland. Af en toe publiceer ik daar een stukje van. Wil jij ook een stukje schrijven? Stuur me dan een berichtje.

Bureaucratie

Beste Lezer,

Mijn naam is niet Rosa. Mijn bestemming is niet Londen. Mijn doel is niet eens een PhD. Desondanks zijn de hoepeltjes voor een masterstage in Parijs vergelijkbaar. Rosa suggereerde dat ik hier dus maar een gastblog moest schrijven. Bij dezen.

Merlijn

Bureaucratie. Paarse krokodillen.
En zo voelt het ook écht.

Op het moment ben ik met een viertal beurzen bezig. Een wordt uitgegeven door een overheidsorganisatie van een vreemd land, een door een Nederlandse universiteit, een door een aan diezelfde universiteit gelieerde stichting en een door een internationaal consultancybureau met een vestiging in Amsterdam.
Het vreemde land in kwestie staat bekend om de bureaucratie. Dat uit zich ook in een beursaanvraag. Daarvoor is nodig: een formulier (2 pagina’s), een motivatiebrief (2), een CV (2), een begroting (1), kopieën van diploma’s en cijferlijsten (2x9), een aanbevelingsbrief (2), een toelatingsbrief (1) en een projectbeschrijving (1). Totaal: 29 pagina’s. Eenmaal per e-mail, eenmaal per post. Alleszins redelijk.
De Nederlandse universiteit heeft een ander eisenlijstje. Die willen namelijk een formulier dat ondertekend is door de buitenlandcoördinator van de faculteit. Ze willen het bovendien binnen een week nadat je de aanvraag hebt ingediend, en dat vertellen ze op het moment dat je dat al hebt gedaan. De buitenlandcoördinator wil dan alleen wel een toelatingsbrief van je toekomstige stagebegeleider en een akkoord van de examencommissie. Dus mail je die examencommissie. Maar oeps! Dat moet via je studieadviseur, dus moet je eerst dáár maar eens mee mailen. En uiteraard werken deze mensen maar twee dagen in de week (afgezien van de voorzitter van de examencommissie die het akkoord uiteindelijk snel geregeld had).

Het internationale consultancybureau is dan een verademing. Een webformuliertje, waarin moet worden meegestuurd: een motivatiebrief, een cv, wat je totale begrotingsbedrag is, wat je andere inkomstenbronnen zijn en wat je nog nodig hebt. Klik. Verstuurd.
Tsja.
Dan hebben we nog de aan de universiteit gelieerde stichting. Die stichting geeft de kleinste beurzen van allemaal, en daar staat de grootste bureaucratie tegenover. An sich valt de aanvraag nog wel mee: Een aanvraagformulier (2 pagina’s), samenvatting en toelichting begroting (1), projectbeschrijving (1-2), persoonlijke motivatie, formele inbedding, contacten op die universiteit (1), aanbevelingsbrief volgens specifieke eisen van deze stichting (2), toelatingsbrief (1), CV (2), gewaarmerkte cijferlijst en kopie BA-cijferlijsten (5). Totaal: 15 pagina’s.
Maar nu komt het: dat moet je wel in tienvoud inleveren. Oh, en vergeet niet je bijlagen correct te nummeren!

Gelukkig maar dat die beurs niet strikt noodzakelijk is om te doen wat ik (rechts) al deed toen ik negen was: Me verbazen over (in dit geval: drijf-)zand.

Als Ik Wil

Ben ik er net van overtuigd dat de Godin der Promoties een wispelturig wezen is (dat bovendien voortdurend aan het flirten is met de God der Bureaucratie), een dame van boven die er speciaal op uit is om mij voor lastige keuzes te stellen, overkomt me dit.

Ik kreeg net een e-mail van de universiteit waar ik het afgelopen half jaar onderzoek heb gedaan. Ik ben "shortlisted" (A short list or shortlist, merkt Wikipedia guitig op, is a list of candidates for a job, prize, award, political position, etc., that has been reduced from a longer list of candidates (sometimes via intermediate lists known as "long lists"). The length of short lists varies according to the context.) voor een beurs, dus of ik even heen en weer wil vliegen voor een interview.

OK, het is nu officieel: ik zet lekker hard mijn "Doe niet zo moeilijk, het komt allemaal wel goed" playlist op.

We Need To Talk


Hoe kan je zo'n brief het beste beginnen? "We need to talk"? "I don't love you anymore"? "It's not your university, it's me"?

Uiteindelijk werd het "I found it very hard to make a decision". Maar was dat wel zo? Ik denk dat je altijd diep van binnen toch een beter gevoel hebt bij de ene keuze dan bij de andere. En uiteraard helpen gezellige leesclubjes, avonden borrelen en, ja, naamsbekendheid, prestige, competitiedrang en een hoge plaatsing op internationale ranglijsten daarbij.

Dus heb ik het noordelijke universiteitje afgewezen. Ik ga voor het risico. Allons-y!

zaterdag 21 mei 2011

Dilemma

Dan sta je daar. De quizmaster, gestoken in een fout pak, en op de een of andere manier met het hoofd van Michael Palin, grijnst je tegemoet en zegt: "Gaat u met de prijs, 30.000 pond naar huis? Of komt u volgende week terug en speelt u weer... het PhD spel?"

Ik heb inmiddels van een bescheiden universiteitje in het noorden van Engeland een beursaanbod gekregen, voor drie jaar, inclusief een flinke zak geld richting mijn levensonderhoud. Het is een goede universiteit, staat op 38 in de wereldranglijst, de mensen zijn er vriendelijk. Er is alleen een probleem, want zoals Jarvis Cocker zong in Glory Days: "When you've seen how big the world is, how can you make do with this?"

Die zoektocht naar een universiteit lijkt, zoals ik eerder al aangaf in een blog over je aanmelden voor een PhD, een beetje op een zoektocht naar een leuke partner. En ik houd de boot een beetje af. Ik ben onbetrouwbaar, iemand die zegt dat ze wel even een kopje koffie komt drinken maar dan op het laatste moment afzegt. Iemand die steeds vlot op mails reageert, maar als je vraagt: "Kom je dan echt volgend jaar?" een paar dagen op zich laat wachten. Het is net een heel ongezonde relatie. En ik twijfel.

Dat laten de dames en heren bij de twijfeluniversiteit niet op zich zitten, dus beladen ze me met lieve briefjes. Zeggen dat ze me heel goed vinden en dat, hoewel ze zich kunnen voorstellen dat ik nog andere mogelijkheden heb, het zo leuk zouden vinden als ik voor hen koos, dat meneer F. het zo fijn zou vinden om met me samen te werken. En, als klap op de vuurpijl, dat ze geld voor me hebben.

Nu is het inmiddels hopelijk duidelijk dat je niet standaard betaald wordt voor een PhD in Engeland en dat het godgans onmogelijk is om een leuke beurs te krijgen, tenzij je op een specifieke maandag in 1997 blauwe sokken hebt gedragen. Het lijkt een compleet random proces. Dus als Michael dan voor je staat en zegt: ja, je hebt de juiste doos uitgekozen, je kan volgend jaar eten, wil je naar huis?, wat zeg je dan?

Ik twijfel. Ik heb een groot schema gemaakt waarin mijn beursmogelijkheden allemaal kleine takjes van een beslissingsproces zijn. Ik weet: de kans dat ik nog iets anders krijg aangeboden is heel klein. Als ik dit niet accepteer en, zeg, voor de beste universiteit ter wereld kies, moet ik waarschijnlijk flink gaan lenen. Maar het is dan wel de beste universiteit ter wereld en ik voel me er thuis.

Dus ik dacht, goh, ik wacht het nog even af. Ik zeg tegen de twijfeluniversiteit dat ik nog andere mogelijkheden in de pijpleiding heb, dat ik als dat niet doorgaat graag naar ze toe kom, maar dat het nog even duurt voor ik die beslissing weloverwogen en goedgeinformeerd kan maken. Het is alsof je tegen je minnaar zegt: ik vertel het volgende week aan mijn vrouw, ze is deze week net jarig, dat is ook weer zoiets. Overdreven analogie? Welnee. Want nog geen dag nadat ik dit aan mijn twijfelvrienden had verteld, kreeg ik een mailtje:

"Your acceptance of the scholarship would indicate a commitment to take up the award and study here. That is, we would then expect you to begin here in October."

en een mailtje:

"I would be grateful if you could let us know whether you intend to take up this award by no later than Wednesday 25th May."

Dat is volgende week woensdag. Dus ik word voor het blok gezet! Ga ik voor de safe way out? Of is dat net als terug onder de dekens kruipen, uitroepend: "Laat maar! Ik hoef al niet meer!" En Michael Palin ondertussen maar glimlachen, en dat pak maar glitteren, en die doos maar aanlokkelijk daar liggen. Hier zijn problemen in decision theory van gemaakt.

dinsdag 12 april 2011

The Magic Word

Binnenkort: een groot organigram met alle mogelijkheden die ik nog heb, ter lering en vermaak. Tot die tijd de tussenstand in Fondsenwerfland.

Het begint allemaal heel onschuldig: je krijgt een envelop binnen van je universiteit, denkt nog angstvallig 'Oh nee, niet weer een boete voor de bieb' en opent de brief dan tussen de bedrijven door. Of je zit net even te Tetrissen en ziet een mailtje binnenkomen van de secretaresse van een fonds en denkt: goh, zouden ze nog meer brandende hoepels voor me hebben.

Zo'n brief begint altijd op dezelfde manier:
"Dear Rosa,

I am sorry to inform you that..."

of
"Beste Rosa,

Hierbij wil ik je namens de selectiecommissie laten weten dat je helaas niet..."

Dan lees je zo'n brief verder, en staat er:
"The standard of competition was incredibly high and at an even higher level than in recent years. Consequently many very well qualified and talented applicants could not be funded from our resources."

of
"Andere kandidaten voldeden beter aan alle voorwaarden maar er moet gezegd worden dat de verschillen niet groot waren."

Zou er misschien een universele richtlijn zijn voor het schrijven van deze brief? Krijg je dat op je secretaresseopleiding als groot vakgeheim te horen? Ik zie het zo voor me, een grote horde secretaresses die in het geniep zit te gniffelen om dit groot geheim en denkt: ik moet dan misschien meneer Janssens koffie zetten, maar ik kan er wel voor zorgen dat zijn dochter op een subtiel nare manier wordt afgescheept.

Wat ik namelijk lees in het bovenstaande is: je moet misschien de komende drie jaar alleen van oude cornflakes leven, maar je kan met een gerust hart gaan slapen omdat je bijna net zo goed bent als die kinders die een tiental ruggen per jaar van ons krijgen.

En dat is het dan. Je denkt: dan maar een leven als kluizenaar in de Oost-Indische Alpen, met een eiwitrijkdieet van maden en slechts je getrainde roedel cavia's Bob, Suzie en Carolina om je gezelschap te houden. De rest van je tijd zal je door brengen die verdomde cavia's op hun eenwieler te leren rijden, zodat je tenminste de geestesdodende stilte kan verdrijven met hun enthousiast gepiep.

Maar wacht eens even. Plots, terwijl je al met een weemoedige blik denkt aan de zangles die je Bob, Suzie en Carolina gaat geven ('En dan nu Money (That's What I Want), jongens!'), springt daar een woord uit de brief naar voren. Het grijpt je aan. Een magisch woord, dat de madensoep en barkoude winternachten in je grot doet vervagen tot slechts een wilde doch caviarijke nachtmerrie, een woord dat zijn glas roosvicee naar voren duwt en zegt: "Het komt wel goed, schatje". The word that launched a thousand ships:

reservelijst

Ik sta op de reservelijst. Als een kort Dadaistisch gedicht staat het daar. Dingdingdingding, u heeft de troostprijs, een minieme kans op een jaar voedsel gewonnen! De ruige fictieve alpenrotsen maken plaats voor het zachtroze licht van een wonderschone zonsopgang boven een schitterend luchtkasteel, het Paleis der Wetenschap, gevuld met jonge maagden die druiven voor je pellen, engeltjes die je studeren met hun luit- en harpgetokkel begeleiden, kamers vol boeken. Morning Mood van Peer Gynt op de achtergrond. Een gelukzalig gevoel maakt zich van je meester.

En eigenlijk geheel onterecht. Als ze me nu hadden verteld dat ik sowieso afgevallen was, dan had ik plannen kunnen smeden, mijn zwaard kunnen slijpen, cavia's kunnen gaan adopteren. Maar dat kleine zaadje hoop maakt zich van je meester en laat je niet meer los, je denkt bij jezelf: ach, ik ben toch bijzonder, dat komt toch allemaal wel goed. En de secretaresses maar gniffelen, ondertussen het driekoppig bureaucratisch monster onder hun bureau strelend, terwijl ze zeggen: "Goed zo, Fido. Goed zo. We hebben er weer een."