woensdag 26 januari 2011

Ik wil niet klagen, maar...

Lieve lezer! Je zal inmiddels wel benieuwd zijn wat mij de afgelopen maanden toch zo bezig heeft gehouden. Ben ik misschien een ware paradigm shift op het spoor? Heb ik een theorie geformuleerd die Popper en Kuhn waardig is? Of ben ik inmiddels erelid geworden van de bende ongewassen tieners die de straat voor mijn huis onveilig maakt?

Nee, nee, en bijna, maar nee! Waar de afgelopen tijd mijn prioriteit op stond was het aanvragen van beurzen voor mijn PhD-onderzoek. Niet weer, zul je zeggen. Draait de wereld dan alleen om geld? Dat was natuurlijk een retorische vraag. Vandaar dat ik hieronder een nieuw relaas geef van mijn avonturen in Fondsenwerfland.

Omdat ik er niet vanuit kan gaan dat ik in Engeland op mijn academische resultaten alleen een beurs krijg (van die zes voor Analyse 4 kun je dus letterlijk niet eten), moet ik een back up plan formuleren. Naast Chardonnay met hoogleraren is een van de opties het aanvragen van een beurs in Nederland. Daar ben ik dan ook al druk mee bezig. De deadline is 1 maart, dus dan kan je maar beter halverwege januari beginnen. Hieronder een chronologisch verslag.

1) Ik bezoek netjes de website van het fonds dat deze beurs uitkeert. Daarop staat dat ik maar beter even aan mijn thuisuniversiteit kan vragen of ze me willen helpen. Alle aanvragen lopen namelijk via de universiteit waar je je master doet, ook al is het een landelijk fonds en ben je tijdens je PhD niet meer aan die universiteit verbonden.
2) Ik mail vriendelijk een van de studentendecanen (want ja, daar heb ik inmiddels een adres van), waarin ik om hulp vraag en nog even benadruk dat ik in het prachtige buitenland woon en hoop dat het geheel via internet en de post kan worden geregeld.
3) Ik krijg een mail terug van een compleet ander persoon. Deze persoon vertelt mij, niet zozeer snibbig als wel veel te formeel, dat ik toch niet kan verwachten alles op afstand te regelen. Er zijn namelijk Regels om je aan te houden, Nummer Zeven! Ze verwachten voor 1 maart van mij, op papier, in zevenvoud (not kidding), persoonlijk aan de balie afgeleverd, zeer zeker niet via de e-mail, gatverdamme, wie denk je wel niet dat je bent, een aanvraagpakketje.
4) Ik lees nog maar even door wat de universiteit voor aanvullende informatie van mij nodig heeft. Wat blijkt: ze willen graag twee aanbevelingsbrieven. Dit zijn brieven van een hoogleraar die uitlegt dat je een toffe meid met een grandioze toekomst in het vooruitzicht bent, die ook nog eens een flinke dot wiskunde heeft gedaan, en altijd vriendelijk glimlacht en met haar hoofd knikt tijdens college. Ik snap wel waarom zo'n brief nodig is, maar mijn thuisuniversiteit doet er nog een schepje bovenop. Ze willen alleen aanbevelingsbrieven van hoogleraren die aan hun universiteit verbonden zijn. Jaren aan internationale samenwerking gaan zo het afvoerputje in, want Onze Universiteit is toch de Mooiste. Lieve lezer, zelfs Cambridge eist dat niet, en die hebben toch een goede reden.
5) Ik mail naar een vriendelijke hoogleraar van de Mooiste Universiteit Ter Wereld. Trouwe lezers zullen weten wat hier ogenblikkelijk op volgde:
6) Ik ontvang een out of office-reply. Niet tot volgende week, maar tot april, die maand die traditioneel na maart komt.
7) Ik slijp mijn traditioneel kromzwaard om de Jabberwock te lijf te gaan.

Nu denkt de trouwe lezer: ach, dat kan mijn dochter wel, die bevecht dat bureaucratisch beest tot er slechts een fondsenwervingssalami van over is. Hoera! Maar denk eens even aan de rode draad die door deze blog heenloopt: het is nooit zo makkelijk. Nee, makkelijk komt niet in het fondsenwervingswoordenboek voor. Godgans onmogelijk wel. Want wat gebeurt er nadat ik mijn zevenvoudig pakketje heb ingeleverd?

8) Ik word uitgenodigd voor een Gesprek met een kring hoogleraren van de Mooiste Universiteit Ter Wereld. Die gaan mij dan Evalueren.
9) Deze kring hoogleraren, want universeel erkend als de Meest Belangrijke Hoogleraren Ter Wereld, besluit of ze (en nu komt het) mijn aanvraag willen indienen. Niet of ze het fonds gaan uitkeren (want zo Belangrijk zijn ze blijkbaar ook weer niet).
10) Ze vinden mijn glimlach niet vriendelijk genoeg, of: ze vinden hem vriendelijk genoeg, maar er gaat een hele hoop mis met de aanvraag, en ik moet een paar uur aan de telefoon hangen om uit te leggen dat er op de achterkant van het papiertje ook tekst staat, of iets dergelijks. Mijn enige hoop: dat de rest van de Arme Studenten die deze beurs aanvraagt al bij (2), (4) of (6) de soep inloopt.

Misschien is het toch niet te laat om mijn buurtbende om hulp te vragen? Wotcher, mates!

woensdag 12 januari 2011

Wat maakt een kandidaat een goede kandidaat?

Binnenkort zal hier mijn eerste artikel over PhD-aanmeldingen gepubliceerd worden. Tot die tijd een korte brain teaser om over na te denken: als je contact met een professor gelimiteerd is tot een zeer informeel gesprek over je ideeen voor een onderzoek, tijdens een borrel, en die professor daarna veel aanmerkingen heeft op je formele onderzoeksvoorstel, maar toch zegt dat ze graag je aanmelding ondersteunt, waar ligt dat laatste dan aan? Wat voor meting heeft ze gedaan om te bepalen of je inderdaad een goede kandidaat bent? En kunnen we daaruit een algemene tip afleiden?

maandag 20 december 2010

Vooraankondiging (2)

Geen enkele metafoor, hoe scherp geformuleerd ook, kan je voorbereiden op het werk dat daadwerkelijk gedaan kan worden voor een PhD-aanmelding bij een hoog aangeschreven universiteit. Soms is het leuk werk en deel je een fles wijn met een mogelijke supervisor terwijl je foto's van de kleinkinderen bewondert. Soms komt er meer bij kijken en moet je op de valreep uitzoeken hoe duur een spoedbezorging door een internationale koerier is. Mijns inziens zijn er verschillende stadia waar je doorheen moet voordat je alles hebt gedaan dat in je macht ligt.

De komende weken zal ik regelmatig een blogpost schrijven over dit onderwerp. Hieronder, alvast als opwarmertje, de titels!

1. Raak die arrogante glimlach kwijt. Over je onderzoeksvoorstel. Schrijf een meesterwerk, laat anderen het afbranden en kill your darlings.

2. Alle deuren moeten open! Over hulp krijgen. Zoek je sleutel en bespreek de sloten.

3. Babyfoto's en chardonnay. Over netwerken. Laat je voorstellen, doe een drankje.

4. Het draait allemaal om anderen. Over aanmeldingen schrijven. Zet alles zwart op wit en specialiseer je.

5. Stuur je postduif uit. Over aanmeldingen versturen. Ontdek de wondere wereld van de expressepost.

woensdag 8 december 2010

Ochtend op het Filosofenkantoor (Tips)

"Good morning, ma'am"
"Good morning, Smith. What's on my planner today?"
"At 12 there is a meeting on Newcomb's problem. Do you want one box, or two?"
"Two I think, Smith."
"Oh, and don't forget you still need to form an opinion on value-neutrality."
"Slippery stuff."
"Also, there is an invitation to a regional meeting on minds, bodies and souls, and one to a seminar on symmetry. Shall I accept?"
"Put the last one in my diary. Might be a good opportunity to finally meet Jon. Find out what his weak spots are, please, Smith. Thank you. That'll be all."

A little later
(presses buzzer) "Quick, Smith! We have a Weber emergency! Bring me
The Meaning of Ethical Neutrality in Sociology and Economics, pronto!"
"Excellent choice, ma'am. Shall I add
Science as a Vocation?"
"Please do, Smith. But hurry!"


Zo gaat het er natuurlijk niet aan toe in mijn kantoortje, althans, niet elke dag. Maar er zijn wel een aantal dingen in verborgen die ik de afgelopen vijf jaar (vijf jaar alweer!) geleerd heb over studeren. Hieronder volgen een paar persoonlijke tips.

1. De belangrijkste: beschouw het als een baan. Als je elke dag van negen tot vijf in de bibliotheek, of in je kantoor zou doorbrengen, maakte je veertig uur vol. Dat kan ook op een andere manier: elke dag om elf uur uit je bed komen, beetje mail checken, beetje eten, beetje college volgen, kletsen met studiegenoten, om een uur of 1 nog een paar uurtjes studeren, avondeten met je huis, en dan, damn, nog maar van negen tot twaalf ook in de boeken duiken. Relaxed? Ik denk het niet. Bovendien heeft 's avonds studeren het nadeel dat je van wel heel veel wilskracht voorzien moet zijn wil je het volhouden: van negen tot twaalf wordt al snel van negen tot die leuke film op TV komt, en voor je het weet steek je in je studie net zoveel tijd als een verstrooide parttime receptioniste besteedt aan puntenslijpen. En zij heeft nog het voordeel dat ze niet met een schuldgevoel in drie dagen voor een examen alle stof moet inhalen.

2. Ga naar lezingen, borrels en andere sociale activiteiten in de buurt van je universiteit als die gerelateerd kunnen worden aan je studie. Voor je het weet ontmoet je je aanstaande (PhD-begeleider) en bediscussieer je beurzen onder het genot van een fles door de Dean betaalde crisp, cool, fragrant Chardonnay. (True story.)

3. Lees meer dan nodig is. Als je toch veertig uur de tijd hebt kan je altijd de extra stof lezen, terwijl de andere studenten zich nog eens lekker in hun bed omdraaien en... Wacht. Ja, wilskracht is vereist, maar jij hebt de avond vrij, zij niet.

4. Op de redelijk interessante, maar de laatste tijd minder actieve blog Study Hacks staan een aantal goede artikelen die kunnen helpen als je je na het lezen van bovenstaande tips nog steeds afvraagt hoe het toch mogelijk is dat sommige mensen altijd meer tijd lijken te hebben, of gestructureerder zijn. Mijn favoriete artikelen zijn:

Je wordt veel georganiseerder als je gebruik maakt van het volgende.

Dit had je zelf ook al bedacht, maar op de een of andere manier paste je het nooit toe.

Dit helpt als je bang bent dat je je ware passie nog niet gevonden hebt.

dinsdag 30 november 2010

Een Epische Queeste (en een aantal Dates)

De keuze om een PhD te gaan doen werd uitgebreid bevestigd toen ik voor een conferentie in mijn vakgebied naar Montreal, Canada gevlogen ben. Want wat zijn die filosofen toch een leuke mensen. En wat zijn de lezingen stimulerend. Maar helaas, het is niet genoeg om hard "Ik wil" te roepen. Je moet ook een leuke partner hebben: de universiteit waar je die PhD doet. Wat zoekt men in een partner? Betrouwbaarheid, intelligentie, wijsheid? Veel geld? Op de conferentie was het een ware vrijgezellenbar, en het is dus zaak maar snel te bedenken wat je wil. Cambridge, Harvard, de London School of Economics, de University of British Colombia, de Universiteit Leiden?

En deze analogie houdt niet op. Je gooit namelijk veel geld tegen je eerste date aan (honderd dollar 'ik ga je sollicitatiebrief lezen'-kosten) en moet door een heel uitgebreide bureaucratische molen heen. Voormalige partners moeten in brief met superlatieven aangeven hoe enthousiast ze wel niet van je worden, je CV moet weer eens flink worden opgepoetst, als je geluk hebt komt er een tweede date: het sollicitatiegesprek. Kortom: niet alleen de Jabberwock, maar ook de Jubjub bird en Bandersnatch moeten worden bevochten.

En als je tweede date dan ook goed gaat, en je in het PhD-bootje treedt door een combinatie van geluk en vriendjespolitiek (oke, en een beetje kwaliteit van jouw kant) ben je er nog niet. Hier houdt mijn analogie op en gaat die over in een beklemmend gevoel van een naderende Grote Uitdaging. Hoewel de Amerikaanse PhD-posities nog wel voorzien zijn van een klein zakje geld (net genoeg om in leven te blijven, hahaha, zei een vriendelijke Canadese professor mij, maar ik kon hier de humor niet van inzien) hebben de Britse PhD-studenten het enorm lastig. Zij moeten door een combinatie van het uitknijpen van hun thuisland, het toepassen van wreed ellebogenwerk onder medestudenten en het lesgeven aan bachelorstudenten proberen om genoeg binnen te krijgen voor de volgende boterham. Dat die PhD-studenten nog tijd overhouden voor het doen van onderzoek is een groot wonder.

De komende weken volgt dus een verslag van een epische Queeste naar, ten eerste, een leuke Partner, en ten tweede, het Grote Geld.

vrijdag 19 november 2010

Over Toeval en Fanatieke Zonderlingen

Eind 2005 besloot ik dat ik wel eens een college Filosofie wilde gaan volgen. Het klonk namelijk allemaal reuze interessant, dat Filosoferen, maar om er een boek over open te slaan was natuurlijk wel veel moeite. Met een college kan je lekker luisteren en een beetje interactie hebben met andere mensen over een onderwerp, veel makkelijker dan het lezen van non-fictie (dat is toch de reden dat we allemaal documentaires kijken, niet?). Ik klikte dus online op een paar opties en besloot dat Antieke Wijsbegeerte me wel aansprak. Je weet wel, Plato, Aristoteles, dat soort Wijze Lessen. En, nu ik toch bezig was, wilde ik ook wel een vak dat een ander gat in mijn rooster opvulde (want he, zo ben ik nu eenmaal). Dat was het vak met de onbegrijpelijke titel 'Epistemologie en wetenschapsfilosofie I'. Om eerlijk te zijn klonk de beschrijving op dat moment een beetje saai - waarschijnlijk omdat ik de helft er niet van begreep.

Bleek het eigenlijk een heel leuk vak te zijn. Veel meer dan die stoffige Socrates. Iedere woensdag keek ik uit naar een lang hoorcollege en ik las de artikelen met veel plezier. Ik deed zelfs het tweede deel van het vak en ik zat op de voorste rij en stelde vragen (stuud). Blijkt dat een geweldig idee te zijn geweest! Na een bepaald college kwam de docent op mij af om te vragen of ik mee wilde doen aan een speciaal college voor goede studenten. Ik zei ja (stuud), en voor ik het wist deed ik een minor wetenschapsfilosofie en een master over hetzelfde onderwerp. Nog erger, door dat per ongeluk klikken op een vak met een onbegrijpelijke titel dronk ik vanochtend koffie met een zeer vriendelijke professor van een redelijk beroemde Britse universiteit over mijn toekomstplannen. Blijkt dat ik per ongeluk precies de goede achtergrond heb. Het voelt voor mij nog steeds als meer geluk dan wijsheid, maar volgens mij is er een les uit te trekken.

Wat wisten die docent en die professor namelijk van mij? Op het eerste gezicht lijkt dat heel weinig. Beiden hadden me alleen maar horen praten (en we weten allemaal dat ik dat sowieso wel heel veel doe, niet altijd even inhoudelijk) en dat is niet het belangrijkste element voor Degelijk Onderzoek met Toekomstperspectieven. De professor van vanochtend had me niet eens ontmoet in college - hij had alleen maar van horen zeggen dat ik in een interessant programma zat en wilde al koffie drinken voordat ik heel ijverig mijn CV opstuurde.

Ik vond deze interesse allemaal zeer dubieus, tot ik mij een gulden regel herinnerde die ik heb opgedaan tijdens mijn tijd als bestuur van een studentenorganisatie: als je enthousiasme toont, laat zien dat je graag wil meedoen, dan zijn mensen ontzettend blij en willen je graag helpen. Als eerstejaars dacht ik altijd dat die Grote Studenten allemaal geen enkele interesse in je hadden (want he, daar zijn ze Grote Studenten voor). Eenmaal wat verder in mijn studie kwam ik erachter, toen ik zelf mensen zocht voor posities in commissies en als vrijwilligers, dat mensen die interesse tonen zo schaars zijn dat je tevreden bent met de meest fanatieke zonderlingen (ik noem geen namen) als ze maar een beetje initiatief tonen. Ik heb daarom nu de volgende hypothese: het gaat in verder komen in de Wereld van de Grote Academici ook zo. Initiatief tonen - om welke zonderlinge reden dan ook - is een goede en misschien zelfs doorslaggevende eigenschap voor iedereen die meer wil. Wat zijn jullie ideeen hierover?

maandag 25 oktober 2010

I do

Toen ik elf was vond ik school heel leuk, vooral de werkstukken. Je weet wel, van die nog zelf netjes uitgeschreven verhandelingen over een exotische bestemming (Duitsland), netjes door je moeder op haar werk gebundeld en met uitgeknipte plaatjes op de voorkant. Je sloeg een dikke kinderencyclopedie open en las dan over Shakespeare, de Reformatie, of, als je met een ander kind werd ingedeeld, auto's. Ik vond schrijven zo leuk dat ik dat jaar tijdens de vakantie besloot ook een werkstuk te schrijven, dit keer over (I kid you not) "De rol van de slang in de literatuur", een geheel zelf bedacht onderwerp. Ik had kunnen weten dat het vanaf dat punt allemaal de verkeerde kant op zou gaan.

Vanochtend waarschuwde een kantoorgenoot nog dat ik vooral niet moest gaan promoveren. (Hij is zelf PhD-student en als we dit stripje moeten geloven is dat genoeg om je voor eeuwig van de wonderlijke academische wereld te doen gruwen). Ik luisterde niet. Mijn gedachten dwaalden af naar een zeer plechtige ceremonie die ik een paar maanden geleden had bijgewoond. Gekleed in rokkostuum stond een nerveuze jongeman voor een zeer deftig kijkende grijze man die hem een levensingrijpende vraag stelde. Als muurbloempje zat zijn geliefde op de eerste rij te kijken naar hoe hij met de wetenschap verknocht raakte. De belangrijkste dag uit zijn leven? Zijn promotie.

Ja, door mijn hoofd ging, toen me deze academische lijdensweg werd afgeraden, maar één gedachte: "Ik wil!" Want wat kan een veel te leergierig meisje, bijna dertien jaar later, beter doen dan promoveren?