maandag 21 februari 2011

Controle over de compote

Lieve lezer, terwijl de pruimencompote rustig staat te pruttelen op het fornuis, een kort bericht!

De laatste brief is op de post. Na een korte vakantie in Canada, zo'n honderdvijftig pond aan koerierdiensten, postzegels en smeergeld, een fish pie met rode wijn en een rogan josh met lager (en vieze grappen), twee gratis cappuchino's (koekje tweemaal afgeslagen), een gratis fles chardonnay (inmiddels berucht), een lezing over de geschiedenis van water, over natuurlijke categorieën (inclusief ludieke plaatjes van koeien), over de geschiedenis van een tiende seconde, een presentatie voor een leesclubje en vele, vele e-mailcontacten kan ik dan eindelijk zeggen: it's out of my hands. Als ze me nu niet aannemen lag dat niet aan mijn rusteloze genetwerk!

Vandaar natuurlijk ook de pruimencompote - het is fijn ergens controle over te hebben en deze van tijd tot tijd Kafkaeske beslommeringen hielpen daar niet bij. Toch nog maar een paar koekjes bakken dan, of misschien gehaktballetjes draaien. Of allebei!

vrijdag 18 februari 2011

Conferenties, opgetrokken wenkbrauwen en gratis eten

At a Conference
You are standing in the corner of a conference room, all by yourself. There is a group of academics here.
>examine academics
The group of academics looks terrifying. They are talking, no doubt of things you don't understand. A young man is standing in the corner opposite you and you can see he's thinking the same thing you are.
>approach loner
You approach the young man.
>say hello
He greets you in return.




Zoals ik eerder schreef weet ik nog niet of ik ergens in de UK ben toegelaten voor een PhD. Toch ben ik al op het magische punt gekomen waarop ik met een gerust hart kan zeggen dat ik er alles aan heb gedaan. Reden genoeg dus om snel neer te pennen wat ik allemaal gedaan heb om op dat punt te komen, lieve lezer, voordat eventuele afwijzingen me verbitterd en cynisch maken.

Zoals jullie weten viel de keuze om er voor te gaan ergens eind oktober. Vervolgens verliep mijn grote netwerkavontuur, geheel onbedoeld maar ook zeer effectief, in een goed te onderscheiden paar stappen. Hieronder volgt in retrospect (want dan is zoiets altijd makkelijker) een eerste relaas.

At the water cooler
Medestudent J. en ik staan gezellig te praten over musea bij de gedeelde koffieautomaat van het instituut. Op de muur hangt een reclameposter voor een bepaalde conferentie en J. zegt: hee, heb jij niet je bachelor aan die universiteit gedaan? Dan pas valt de poster mij ook op en ik zie dat een van mijn favoriete professoren de conferentie heeft georganiseerd.

>contact professor
You contact the professor and he is delighted to hear from you. They are not admitting any more conference guests at the moment, but if you e-mail his secretary and mention he's fine with it she'll enroll you anyway.


Boejah. Het besluit mee te doen met de conferentie is nuttig om twee redenen: (1) nieuwe mensen leren kennen in mijn vakgebied, en (2) een streepje voor hebben op andere studenten door proactief te reageren op zo'n poster. (Toen medestudent S. mij een week later vroeg naar de conferentie gaf ik te horen wat mijn professor mij vertelde - de lijst zit vol. Punt. Ik weet zeker dat het passend is om nu heel kwaadaardig een wenkbrauw op te trekken, maar daar leent dit medium zich niet zo voor.) Daarnaast is het nuttig om specifiek naar deze conferentie te gaan omdat het maar kleine universiteit is, dus niet heel angstaanjagend voor een nieuwkomer. Bovendien valt het niet heel erg op als je bij je alma mater naar zo'n conferentie gaat (je valt pas echt op als je zonder echt duidelijke reden naar Montreal vliegt...).

Na de conferentie kon ik twee dingen zeggen: ten eerste had ik gesproken met een man die ik tot nu toe alleen nog maar van naam kende, omdat hij in de schoolboekjes van de bachelor voorkwam. Bovendien mocht ik hem Jim noemen, het resultaat van een avond niet afgeschrokken wegdraaien maar een uitnodiging voor een cruise accepteren. Ten tweede hoorde ik van H., die veel te veel bier ophad, dat hij volgend jaar een zak geld binnen ging halen voor promotieplekken. "Dit zou ik eigenlijk niet moeten vertellen, maar...". Beide momenten blijven in mijn geheugen geplakt!

Had ik daartoe kwaadaardige middelen ingezet? Had ik mijn +5 mind control amulet omgehangen? Nee. Ik hield me slechts aan de volgende twee regels:

(1) Laat je voorstellen door iemand die je al kent, of benader iemand die alleen staat.
(2) Doe gezellig mee met de borrel, het etentje, de cruise. Hoe eng ook, je ziet eruit als een nieuwkomer en dat is erg handig, vooral als de helft van de andere conferentiegangers oud genoeg is om spontaan moedergevoelens te krijgen als ze je daar zien staan. (En hee, gratis eten!)

Al met al een goede oefening voor een paar maanden later, toen ik naar een Echt Grote Conferentie ging.

wordt vervolgd

woensdag 26 januari 2011

Ik wil niet klagen, maar...

Lieve lezer! Je zal inmiddels wel benieuwd zijn wat mij de afgelopen maanden toch zo bezig heeft gehouden. Ben ik misschien een ware paradigm shift op het spoor? Heb ik een theorie geformuleerd die Popper en Kuhn waardig is? Of ben ik inmiddels erelid geworden van de bende ongewassen tieners die de straat voor mijn huis onveilig maakt?

Nee, nee, en bijna, maar nee! Waar de afgelopen tijd mijn prioriteit op stond was het aanvragen van beurzen voor mijn PhD-onderzoek. Niet weer, zul je zeggen. Draait de wereld dan alleen om geld? Dat was natuurlijk een retorische vraag. Vandaar dat ik hieronder een nieuw relaas geef van mijn avonturen in Fondsenwerfland.

Omdat ik er niet vanuit kan gaan dat ik in Engeland op mijn academische resultaten alleen een beurs krijg (van die zes voor Analyse 4 kun je dus letterlijk niet eten), moet ik een back up plan formuleren. Naast Chardonnay met hoogleraren is een van de opties het aanvragen van een beurs in Nederland. Daar ben ik dan ook al druk mee bezig. De deadline is 1 maart, dus dan kan je maar beter halverwege januari beginnen. Hieronder een chronologisch verslag.

1) Ik bezoek netjes de website van het fonds dat deze beurs uitkeert. Daarop staat dat ik maar beter even aan mijn thuisuniversiteit kan vragen of ze me willen helpen. Alle aanvragen lopen namelijk via de universiteit waar je je master doet, ook al is het een landelijk fonds en ben je tijdens je PhD niet meer aan die universiteit verbonden.
2) Ik mail vriendelijk een van de studentendecanen (want ja, daar heb ik inmiddels een adres van), waarin ik om hulp vraag en nog even benadruk dat ik in het prachtige buitenland woon en hoop dat het geheel via internet en de post kan worden geregeld.
3) Ik krijg een mail terug van een compleet ander persoon. Deze persoon vertelt mij, niet zozeer snibbig als wel veel te formeel, dat ik toch niet kan verwachten alles op afstand te regelen. Er zijn namelijk Regels om je aan te houden, Nummer Zeven! Ze verwachten voor 1 maart van mij, op papier, in zevenvoud (not kidding), persoonlijk aan de balie afgeleverd, zeer zeker niet via de e-mail, gatverdamme, wie denk je wel niet dat je bent, een aanvraagpakketje.
4) Ik lees nog maar even door wat de universiteit voor aanvullende informatie van mij nodig heeft. Wat blijkt: ze willen graag twee aanbevelingsbrieven. Dit zijn brieven van een hoogleraar die uitlegt dat je een toffe meid met een grandioze toekomst in het vooruitzicht bent, die ook nog eens een flinke dot wiskunde heeft gedaan, en altijd vriendelijk glimlacht en met haar hoofd knikt tijdens college. Ik snap wel waarom zo'n brief nodig is, maar mijn thuisuniversiteit doet er nog een schepje bovenop. Ze willen alleen aanbevelingsbrieven van hoogleraren die aan hun universiteit verbonden zijn. Jaren aan internationale samenwerking gaan zo het afvoerputje in, want Onze Universiteit is toch de Mooiste. Lieve lezer, zelfs Cambridge eist dat niet, en die hebben toch een goede reden.
5) Ik mail naar een vriendelijke hoogleraar van de Mooiste Universiteit Ter Wereld. Trouwe lezers zullen weten wat hier ogenblikkelijk op volgde:
6) Ik ontvang een out of office-reply. Niet tot volgende week, maar tot april, die maand die traditioneel na maart komt.
7) Ik slijp mijn traditioneel kromzwaard om de Jabberwock te lijf te gaan.

Nu denkt de trouwe lezer: ach, dat kan mijn dochter wel, die bevecht dat bureaucratisch beest tot er slechts een fondsenwervingssalami van over is. Hoera! Maar denk eens even aan de rode draad die door deze blog heenloopt: het is nooit zo makkelijk. Nee, makkelijk komt niet in het fondsenwervingswoordenboek voor. Godgans onmogelijk wel. Want wat gebeurt er nadat ik mijn zevenvoudig pakketje heb ingeleverd?

8) Ik word uitgenodigd voor een Gesprek met een kring hoogleraren van de Mooiste Universiteit Ter Wereld. Die gaan mij dan Evalueren.
9) Deze kring hoogleraren, want universeel erkend als de Meest Belangrijke Hoogleraren Ter Wereld, besluit of ze (en nu komt het) mijn aanvraag willen indienen. Niet of ze het fonds gaan uitkeren (want zo Belangrijk zijn ze blijkbaar ook weer niet).
10) Ze vinden mijn glimlach niet vriendelijk genoeg, of: ze vinden hem vriendelijk genoeg, maar er gaat een hele hoop mis met de aanvraag, en ik moet een paar uur aan de telefoon hangen om uit te leggen dat er op de achterkant van het papiertje ook tekst staat, of iets dergelijks. Mijn enige hoop: dat de rest van de Arme Studenten die deze beurs aanvraagt al bij (2), (4) of (6) de soep inloopt.

Misschien is het toch niet te laat om mijn buurtbende om hulp te vragen? Wotcher, mates!

woensdag 12 januari 2011

Wat maakt een kandidaat een goede kandidaat?

Binnenkort zal hier mijn eerste artikel over PhD-aanmeldingen gepubliceerd worden. Tot die tijd een korte brain teaser om over na te denken: als je contact met een professor gelimiteerd is tot een zeer informeel gesprek over je ideeen voor een onderzoek, tijdens een borrel, en die professor daarna veel aanmerkingen heeft op je formele onderzoeksvoorstel, maar toch zegt dat ze graag je aanmelding ondersteunt, waar ligt dat laatste dan aan? Wat voor meting heeft ze gedaan om te bepalen of je inderdaad een goede kandidaat bent? En kunnen we daaruit een algemene tip afleiden?

maandag 20 december 2010

Vooraankondiging (2)

Geen enkele metafoor, hoe scherp geformuleerd ook, kan je voorbereiden op het werk dat daadwerkelijk gedaan kan worden voor een PhD-aanmelding bij een hoog aangeschreven universiteit. Soms is het leuk werk en deel je een fles wijn met een mogelijke supervisor terwijl je foto's van de kleinkinderen bewondert. Soms komt er meer bij kijken en moet je op de valreep uitzoeken hoe duur een spoedbezorging door een internationale koerier is. Mijns inziens zijn er verschillende stadia waar je doorheen moet voordat je alles hebt gedaan dat in je macht ligt.

De komende weken zal ik regelmatig een blogpost schrijven over dit onderwerp. Hieronder, alvast als opwarmertje, de titels!

1. Raak die arrogante glimlach kwijt. Over je onderzoeksvoorstel. Schrijf een meesterwerk, laat anderen het afbranden en kill your darlings.

2. Alle deuren moeten open! Over hulp krijgen. Zoek je sleutel en bespreek de sloten.

3. Babyfoto's en chardonnay. Over netwerken. Laat je voorstellen, doe een drankje.

4. Het draait allemaal om anderen. Over aanmeldingen schrijven. Zet alles zwart op wit en specialiseer je.

5. Stuur je postduif uit. Over aanmeldingen versturen. Ontdek de wondere wereld van de expressepost.

woensdag 8 december 2010

Ochtend op het Filosofenkantoor (Tips)

"Good morning, ma'am"
"Good morning, Smith. What's on my planner today?"
"At 12 there is a meeting on Newcomb's problem. Do you want one box, or two?"
"Two I think, Smith."
"Oh, and don't forget you still need to form an opinion on value-neutrality."
"Slippery stuff."
"Also, there is an invitation to a regional meeting on minds, bodies and souls, and one to a seminar on symmetry. Shall I accept?"
"Put the last one in my diary. Might be a good opportunity to finally meet Jon. Find out what his weak spots are, please, Smith. Thank you. That'll be all."

A little later
(presses buzzer) "Quick, Smith! We have a Weber emergency! Bring me
The Meaning of Ethical Neutrality in Sociology and Economics, pronto!"
"Excellent choice, ma'am. Shall I add
Science as a Vocation?"
"Please do, Smith. But hurry!"


Zo gaat het er natuurlijk niet aan toe in mijn kantoortje, althans, niet elke dag. Maar er zijn wel een aantal dingen in verborgen die ik de afgelopen vijf jaar (vijf jaar alweer!) geleerd heb over studeren. Hieronder volgen een paar persoonlijke tips.

1. De belangrijkste: beschouw het als een baan. Als je elke dag van negen tot vijf in de bibliotheek, of in je kantoor zou doorbrengen, maakte je veertig uur vol. Dat kan ook op een andere manier: elke dag om elf uur uit je bed komen, beetje mail checken, beetje eten, beetje college volgen, kletsen met studiegenoten, om een uur of 1 nog een paar uurtjes studeren, avondeten met je huis, en dan, damn, nog maar van negen tot twaalf ook in de boeken duiken. Relaxed? Ik denk het niet. Bovendien heeft 's avonds studeren het nadeel dat je van wel heel veel wilskracht voorzien moet zijn wil je het volhouden: van negen tot twaalf wordt al snel van negen tot die leuke film op TV komt, en voor je het weet steek je in je studie net zoveel tijd als een verstrooide parttime receptioniste besteedt aan puntenslijpen. En zij heeft nog het voordeel dat ze niet met een schuldgevoel in drie dagen voor een examen alle stof moet inhalen.

2. Ga naar lezingen, borrels en andere sociale activiteiten in de buurt van je universiteit als die gerelateerd kunnen worden aan je studie. Voor je het weet ontmoet je je aanstaande (PhD-begeleider) en bediscussieer je beurzen onder het genot van een fles door de Dean betaalde crisp, cool, fragrant Chardonnay. (True story.)

3. Lees meer dan nodig is. Als je toch veertig uur de tijd hebt kan je altijd de extra stof lezen, terwijl de andere studenten zich nog eens lekker in hun bed omdraaien en... Wacht. Ja, wilskracht is vereist, maar jij hebt de avond vrij, zij niet.

4. Op de redelijk interessante, maar de laatste tijd minder actieve blog Study Hacks staan een aantal goede artikelen die kunnen helpen als je je na het lezen van bovenstaande tips nog steeds afvraagt hoe het toch mogelijk is dat sommige mensen altijd meer tijd lijken te hebben, of gestructureerder zijn. Mijn favoriete artikelen zijn:

Je wordt veel georganiseerder als je gebruik maakt van het volgende.

Dit had je zelf ook al bedacht, maar op de een of andere manier paste je het nooit toe.

Dit helpt als je bang bent dat je je ware passie nog niet gevonden hebt.

dinsdag 30 november 2010

Een Epische Queeste (en een aantal Dates)

De keuze om een PhD te gaan doen werd uitgebreid bevestigd toen ik voor een conferentie in mijn vakgebied naar Montreal, Canada gevlogen ben. Want wat zijn die filosofen toch een leuke mensen. En wat zijn de lezingen stimulerend. Maar helaas, het is niet genoeg om hard "Ik wil" te roepen. Je moet ook een leuke partner hebben: de universiteit waar je die PhD doet. Wat zoekt men in een partner? Betrouwbaarheid, intelligentie, wijsheid? Veel geld? Op de conferentie was het een ware vrijgezellenbar, en het is dus zaak maar snel te bedenken wat je wil. Cambridge, Harvard, de London School of Economics, de University of British Colombia, de Universiteit Leiden?

En deze analogie houdt niet op. Je gooit namelijk veel geld tegen je eerste date aan (honderd dollar 'ik ga je sollicitatiebrief lezen'-kosten) en moet door een heel uitgebreide bureaucratische molen heen. Voormalige partners moeten in brief met superlatieven aangeven hoe enthousiast ze wel niet van je worden, je CV moet weer eens flink worden opgepoetst, als je geluk hebt komt er een tweede date: het sollicitatiegesprek. Kortom: niet alleen de Jabberwock, maar ook de Jubjub bird en Bandersnatch moeten worden bevochten.

En als je tweede date dan ook goed gaat, en je in het PhD-bootje treedt door een combinatie van geluk en vriendjespolitiek (oke, en een beetje kwaliteit van jouw kant) ben je er nog niet. Hier houdt mijn analogie op en gaat die over in een beklemmend gevoel van een naderende Grote Uitdaging. Hoewel de Amerikaanse PhD-posities nog wel voorzien zijn van een klein zakje geld (net genoeg om in leven te blijven, hahaha, zei een vriendelijke Canadese professor mij, maar ik kon hier de humor niet van inzien) hebben de Britse PhD-studenten het enorm lastig. Zij moeten door een combinatie van het uitknijpen van hun thuisland, het toepassen van wreed ellebogenwerk onder medestudenten en het lesgeven aan bachelorstudenten proberen om genoeg binnen te krijgen voor de volgende boterham. Dat die PhD-studenten nog tijd overhouden voor het doen van onderzoek is een groot wonder.

De komende weken volgt dus een verslag van een epische Queeste naar, ten eerste, een leuke Partner, en ten tweede, het Grote Geld.